
woorden als officiele en gevarieerd vindt er, vind ik, wel een klinkerbotsinkje plaats en daarom schrijf ik die nog steeds met een trema. Bij samengestelde woorden als bonobocultuur, sociaaldarwinist en antinationalisme vind ik dat er eveneens een behoorlijke botsing plaatsgrijpt. Omwille van de leesbaarheid en toegankelijkheid – denk ook aan mensen met dyslexie en/of een andere taalachtergrond – en bovendien om de twee verschillende delen van de samenstelling niet te verwaarlozen, maar er juist nadruk op te leggen, zet ik er een dwarsstreepje tussen. Een woord als soapoli is zelfs met dwarsstreepje en in context al ontoegankelijk. En wat is de betekenis van volarisch? Een muzikale vleugelbeweging?
Met betrekking tot de castratie van de tussen-n haal ik Frank van Pamelen. Bravo-geroep en enthousiast gefluit een fragment uit zijn Moraal (p. 73) aan:
Al is de taal de prachtigste Religie die ik ken Ik denk dat het qua spelling Een gebed is zonder n
Behalve met een tussen-n heb ik met seks ook al zo’n moeite. Lijkt me meer van toepassing bij keeshondjes. Waartoe dient de x in het Nederlandse alfabet? Voor een woord als sex toch? Het inter- en supranationale, erotisch geladen, schaamteloze begrip sex is in de Nederlandstalige schijnheilige schaamstreek veranderd in het zure, saaie, droge, preutse, pipse, kneuterige onbegrip seks. Nou moe, geef mij maar de spelling der Nederlandse taal uit mijn geboortejaar 1954 toen de mensen nog aan sex deden.

Met seks heb ik ook al zo’n moeite. Lijkt me meer iets voor keeshondjes die aan bermseks doen. Waartoe dient de x in het nederlandse alfabet? Voor een woord als sex toch? Het inter- en supranationale, erotisch geladen, schaamteloze begrip sex is in de nederlandstalige schaamstreek veranderd in het zure, saaie, droge, preutse, pipse, kneuterige onbegrip seks. Nou moe, geef mij maar de spelling der nederlandse taal uit mijn geboortejaar 1954 toen de mensen nog aan sex deden.
Het boek Rob draait om de evolutie op alle schaalniveaus en in meerdere geledingen waarbij ik mijn persoonlijke verhaal als achtergrond, leidraad en uitgangspunt neem om de non-fictie te dienen. De inhoud van mijn roman is aan deze onderwerpen ondergeschikt en rechtvaardigt alleen daarom al mijn keuze in reductie, interpretatie, benadrukking en weergave. Ik heb uit noodzaak, doelbewust en soms zonder opzet, af en toe de hand gelicht met de feitelijke waarheid. Ter illustratie: in Het boek Rob treed ik op als postbode/chauffeur die per 1 april 1999 in dienst treedt bij PTT Post. Ik ben echter precies twee jaar later als chauffeur/postbode gaan werken en toen bestond voornoemd overheidsbedrijf niet meer. Tja, ik moet een beetje liegen om eventuele consequenties te ontlopen. Hoe mijn hersenspinsels spoken en hoe ze stroken met de werkelijkheid, is een vraag die ik domweg niet kan beantwoorden, maar waar ik wel de volle verantwoordelijkheid voor neem. Met dit in uw achterhoofd is het misschien juist leuk om je af te vragen wat waar is en wat niet waar en dat is afwisselend gemakkelijk en lastig te bepalen. Vaak doet het er niet toe. Bovendien kan er wel eens wat veranderen en kan er meer dan één waarheid zijn, zoals er immers ontelbare werkelijkheden zijn. Het is net als met het nieuws en ook al betreft de inhoud van dit boek veel oud en slecht nieuws, dit is wel beter slecht nieuws.
Eindhoven, 14 januari 2026